|
Gedicht
Grúsz Gott
Ik wandelde en sprak met de Heer.
Wij wandelen naast elkaar,
de Vader en het kind
dat het nog niet begrijpt.
Het waagde nauw de vraag.
Nog met de ochtenddauw
zijn wij op pad gegaan:
Hij nam mij bij de hand.
De bloemen groeten Hem
-Yes Lord- de schuchtere beek
houdt haast zijn kabbelen in.
De bergen worden licht.
Wij wandelen naast elkaar,
de Vader en het kind.
Ik zie Hem niet, maar Hij
is mij zó dicht nabij
als geen op aarde ooit was.
Ida Gerhardt
|